Roodpakje deel 2

Roodpakje en Meneer Bentenvelde op hun teentjes getrapt??

Jullie kennen inmiddels de gespannen situatie rond Roodpakje en meneer Bentenvelde. De gebeurtenissen tegen Koekstad hebben beiden nu niet bepaald de bekende krenten in de pap bezorgd. Betrokkenen schijnen ook danig onder de indruk van het artikel in het onlangs verschenen Clubblad, gelet op hun wel zeer zuinige blikken op de ton-avonden. Het schijnt dat de duigen dan ook behoorlijk aan de ton gerammeld hebben. Meneer Bentenvelde alsmede Roodpakje, hebben zich ternauwernood aan de vallende duigen weten te onttrekken. De bankdirecteur Bentenvelde heeft zich nog enigszins weten te rehabiliteren door, vanuit Kampen, samen met De Prater, Jongvrouw Nadien van Oost tot West en prinses Cornelia Schrikdraad de ton weer veilig over IJssel terug te peddelen. Dat houdt in, geachte lezers, dat dit team de ton heeft weten te behouden om ook het volgend seizoen weer de veren te vangen.

Deze actie was voor Roodpakje opnieuw aanleiding om weer eens de neus op te halen, …. wat een succes voor zijn eerste verenvangers. En opnieuw besloot hij met meneer Bentenvelde z’n geluk te beproeven en het onderste uit de ton te halen. Met de relaties van de bankdirecteur uit de omgeving van Groenteveld was snel het plannetje gesmeed om opnieuw eens fors de zakken te gaan vullen. Doel …. de Clubkampioenschappen.

Bentenvelde eiste alleen een gedaantewisseling om de sponsors te misleiden, waardoor Roodpakje zou worden …. PAARSPAKJE. Door dit reeds beruchte tweetal moest het minimaal mogelijk zijn 1 finaleplaats te bemachtigen en daarmee de reputatie en verdiensten voor het volgende seizoen veilig te stellen.

Roodpakje zag het weer helemaal zitten en klom weer overmoedig op de ton-avond een ton in. Met een boel lawaai zwaaide hij met z’n schepnetje op zoek naar de veren. Tot z’n grote schrik struinde Peter de Prater daar ook rond. Roodpakje verbaasde zich ook over de enorme afmetingen van de ton, en keek nog eens heel goed …. natuurlijk, dat was het …. geen ton maar een enorm hol vat, immers …. daar hoorde je die De Prater altijd.

Dit werd een interessant treffen. Roodpakje was goed genoeg om De Prater met de veren het riet in te sturen , waardoor hij de weg naar de ton even bijster was. Roodpakje wist wel beter en hoopte alleen nog op sprookjes i.pv. dat tie ze nog geloofde. Op basis van inzicht en een boel uiterst gemene streken wist Roodpakje listig het eerste deel van de ton te winnen. Het tweede deel van de ton was lang zo ruim niet meer en Roodpakje kwam alras in de knel. Met z’n grote lichaam duwde hij tegen de duigen, waarbij De Prater met zijn kwek hem keer op keer de verkeerde kant opstuurde. In uiterste wanhoop probeerde hij uit de ton te springen maar gleed uit over de vele veren en bezeerde z’n enkel. Paars van woede en frustratie kroop hij huilend naar een gereedstaande stoel waar hij met overtrokken klaaggezang de “bezeerde” enkel in een ijstonnetje stopte.

Bankdirecteur Bentenvelde brak nu letterlijk het angstzweet uit, …. die lelijke Roodpakje was bij z’n pakje neer gaan zitten. Nu stond hij er alleen voor en moest de ton in met iemand die nog groen was, …. en ook van ’t Veld kwam. Groen was de verenvanger niet van angst …. maar van leeftijd. Dat deze opponent ook van ’t veld kwam, voorspelde niet veel goeds, immers daar kwam hij ook vandaan.

Meneer Bentenvelde was dus gewaarschuwd en telde dus voor twee. Twee tegen een is niet eerlijk dus won hij op z’n sloffen het eerste deel van de ton, waardoor de overmoed hem lachend over de ton deed grijnzen. Breed zwaaiend naar de aanhollende relaties vervolgde hij zijn zegetocht. Geen veer was meer voor hem veilig, heel bekeken schiep hij z’n netje vol. De toekomst lachte hem weer tegemoet waardoor hij zich in de wolken waande. En dat had ie nu net niet moeten doen, te laat zag hij een gat in de ton en verstapte zich lelijk. Tenoverstaand aan de nodige zakelijke belangstelling wilde hij zich niet laten kennen en bleef nog even in de ton doorrennen. Totdat het echt niet langer kon en hij gelaten de ton uitklom.

Daar zaten de kornuiten broederlijk naast elkaar met de pootjes in het ijs, keken elkaar zwaarmoedig aan … “ook dit keer weer geen prijs”.

Roodpakje heeft geluk gehad, …. na een weekje stuiptrekken was hij weer redelijk op de been.

Voor bankdirecteur Bentenvelde een periode van ernstige nood, minimaal zes weken gips om zijn poot.

De Prater mocht het net als Jongvrouw Nadien van Oost tot West weer doen, en gekroond worden als de clubkampioen.

Hiermee een puntje achter mijn aandeel “Roodpakje”, anders ontaardt het in een “vuileton”. De Prater is de man die het veel beter doet, hij was ’t die begon.

Roodpakje
(uit het clubblad uitgebracht mei 1996)