Roodpakje deel 3

Hoe het allemaal begon en verder ging…

Heel lang geleden, het zal zo’n 40 jaar zijn geweest, hadden de inwoners van de Ganzenstad de hele dag helemaal niets te doen. Er was weinig werk, de handel lag op zijn kont en ook staken er weinig of geen koeien de voorde meer over. Ze werden er lamlendig van en de  verveling sloeg alras toe. Bij iedereen? Nee, een klein groepje inwoners bood weerstand en dacht na over een leuk tijdverdrijf. Eén van de inwoners had wel eens handel gedreven met een koopman die helemaal vanuit Engeland naar de Ganzenstad was komen varen om zijn koopwaar op de jaarlijkse Ganzenmarkt aan de man/vrouw te brengen. Onder het genot van een straffe borrel vertelde hij de al redelijk beschonken inwoners (het was tenslotte Ganzenmarkt nietwaar) wat een groot badmintonner hij ooit was geweest.

Het was dit verhaal dat weer opborrelde toen er naarstig gezocht werd naar vertier voor de Ganzenstedelingen. Ze hadden uit het Engels begrepen dat badminton iets was met een bad, een ton, een (schep?)netje en een bosje veren. Verder kwam hun buitenlandse vocabulaire helaas niet. Maar goed, niet getreurd, met wat creativiteit moest er toch een spel van te maken zijn. De koppen werden bij elkaar gestoken en de borrel vloeide rijkelijk. Naar mate de fles leger raakte, kreeg het spel steeds meer gestalte. Immers als de drank is in de man wil het in the brain nog wel eens stormen. En zo geschiedde de oprichting van de Ganzenstadse Bad en Ton-club. Het werd een groot succes. Iedereen die het spel speelde, raakte eraan verslaafd. Er werden zelfs onderling heuse wedstrijden georganiseerd waar ook nog op gewed werd. De club groeide en groeide en bracht de nodige talenten voort.

Jaren later bleek dat de Engelse koopman in de Lage Landen meerdere markten had bezocht alwaar hij steeds in geuren en kleuren zijn badmintonverhaal aan de plaatselijke drinkebroers vertelde. En dat wat er in de Ganzenstad gebeurde, gebeurde ook op andere plaatsen. Er werden Bad en Ton-clubs opgericht. Zelfs in een heel klein dorpje wat de naam dorpje eigenlijk niet mocht hebben omdat er alleen een paar huisjes op een klijn dijkje stonden. In één van die huisjes woonde Roodpakje. Iedereen noemde hem zo omdat hij altijd een (inmiddels te strak) rood trainingspakje droeg. Het spel had ook hem in de greep gekregen en hij speelde zeer fanatiek. Hij was al gauw de beste verenvanger op het klijne dijkje maar ja dat kon iedereen wel worden want in de andere huisjes woonden alleen bejaarden. Daarom toog Roodpakje in zijn ton en het schepnetje onder de arm de regio in. Hij werd een bekende verschijning op toernooien. Niet zozeer vanwege zijn speltechniek maar veel meer door zijn gedrag of beter gezegd wangedrag.

Schreeuwend en tierend verplaatste hij zich vaak over de baan in de hoop de tegenstander te beïnvloeden en zo zijn mindere spel te verbloemen. Menig netje kon al tijdens de wedstrijd de prullenbak in en ook de duigen van de ton wilden nog wel eens flink rammelen. Hij hield dit een aantal  jaren vol maar merkte toen toch dat de sleet op zijn lijf begon te komen.

Een pijnlijk knietje hier, een omgeklapte enkeltje daar en dan weer eens een spierscheurinkje. Het moest maar eens ophouden vond Roodpakje. Hij bedacht dat hij zijn geld wel kon verdienen door andere mensen het spelletje te leren. Roodpakje ging op onderzoek uit en liep op een gegeven moment voorzitter Groenteveld van de Ganzenstadse club tegen het lijf. Die zat verlegen om een trainer en sprak zijn klaagzang uit tegen Roodpakje. Roodpakje stelde voor de vacature in te vullen De deal was snel gesloten, Roodpakje ging aan de slag en Groenteveld glunderde van oor tot oor. Wist hij toen maar wat hij in huis haalde…

Vanaf de eerste training was het al raak: schreeuwend en tierend joeg Roodpakje nu de spelers over de baan. Hier en daar een sneer uitdelend aan bijvoorbeeld bankdirecteur Bentenvelde of het feestbeest Janerik en natuurlijk aan Peter de Prater de PR man van de club. Eigenlijk wilde Roodpakje dat zijn spelers prestaties waarmaakten die hij nooit had kunnen leveren.

Aan de andere kant was hij dan weer jaloers dat zij beter waren dan hij ooit was. Met name Peter de Prater die al een aantal jaren clubkampioen was, heeft dat gemerkt.

Roodpakje haalde tijdens clubkampioenschappen alles uit de kast om De Prater te dwarsbomen. Natuurlijk schreeuwen in het veld en schuine moppen vertellen vlak voor de opslag. Maar ook andere middelen schuwde hij niet. Hij speelde ooit op een clubkampioenschap naast Bentenvelde en dacht dat het De Prater was. Hij liet Bentenvelde struikelen en pats daar knapte een achillespees. Bentenvelde zat bedremmeld aan de kant. Verrassend genoeg al snel gevolgd door Roodpakje zelf omdat hij door zijn enkel ging. Boontje kwam zo toch om zijn loontje.

Slechts eenmaal lukte het Roodpakje om De Prater te slim af te zijn. In het diepste geheim trainde hij jeugdig talent Roel Vandewalindesloot wekenlang elke avond. Niemand kwam erachter en na een soepel verlopen toernooi stond De Prater in de finale oog in oog met Vandewalindesloot. Het werd een spannende strijd. Vandewalindesloot verraste De Prater in de eerste game maar in de tweede stelde De Prater orde op zaken en leek het erop dat hij met zijn routine ook de derde zou winnen.

Stiekem coachte Roodpakje Vandewalindesloot tussen de tweede en derde game en vertelde hem de zwakke punten van De Prater’s spel. En zowaar het lukte. De Prater droop gedesillusioneerd af en Roodpakje kirde van plezier. En Vandewalindesloot??? Nooit kwam hij daarna meer in actie op een clubkampioenschap. Er wordt nu zelfs gefluisterd in de wandelgangen dat Roodpakje in die tijd met tassen vol injectiespuiten rondliep. Deze zouden prestatiebevorderende stoffen bevatten. Maar ja, plassen in een ton is natuurlijk geen pretje dus een echte dopingcontrole kwam nooit van de grond.

En nu in 2005 deelt Roodpakje nog altijd de trainingslakens uit op de hem zo typerende wijze (”jaaa, badminton is een gemeen spelletje!”). Peter de Prater is inmiddels gestopt na nog een uitje bij de Emmer Bad en Ton-club. Hij heeft daar echter nooit begrepen of hij nu in een emmer, een bad of een ton veren moest vangen. De andere spelers zijn nog steeds actief.

Waarschijnlijk loopt Roodpakje er nog rond omdat hij het 40-jarig jubileum van de Ganzenstadse Bad en Ton-club zag naderen en hij altijd te porren is voor een feestje.

Let u maar op: als er iemand het hoogste woord heeft op de feestavond is de kans groot dat Roodpakje weer een van zijn sterke verhalen staat te vertellen.

Peter de Prater
(uit het clubblad uitgebracht oktober 1996 tevens heruitgebracht in de jubileumkrant december 2005)