Roodpakje deel 4

Roodpakje en het grote afscheid

Uitermate trots was Roodpakje nadat zijn tonteam in de competitie van 2001/2002 als eerste boven was komen drijven in het competitiebad der verenvangers. De Ganzenstad stond op zijn kop. Grote stukken in de kranten. Loftrompetten werden gestoken waar je je maar kon bedenken. De verenvangers traden weer toe tot de geledingen van de regio-elite: De Hoofdklasse. Het kon niet op, ze werden zelfs genomineerd voor sportploeg van het jaar (jazeker, De Prater had weer eens goed gelobbyd in de wandelgangen ondanks dat zijn PR inspanningen op een laag pitje stonden). Het volgend seizoen geen plastic veren maar die echte, geplukt van verse ganzen. De veren zouden echter prijzig zijn en niet lang meegaan maar ook dat probleem loste zich in de euforie van het kampioenschap op. De plaatselijke kartonvouwer Bertus Annink had nog wel wat rammelgeld in de buidel. Annink was eerder al door voorzitter Groenteveld overgehaald de noodlijdende club een helpend handje toe te steken. Annink was de rijkste man van Ganzenstad geworden met papiervouwen en toen daar de klad in kwam, was hij op tijd overgestapt op karton dat werkelijk oneindige toepassingsmogelijkheden bleek te bezitten, getuige ook de omslag van het periodiek “MACHistraal”. Annink zag wel wat in een extra financiële injectie temeer sociaal verantwoord ondernemen tegenwoordig een hot item is in de kringen van de notabelen. Hij zou daarmee nog meer aanzien kunnen verwerven.

Om de ganzenveren goed te kunnen vangen was wel veel meer techniek en uithoudingsvermogen nodig, maar ach, met een team waarin routine (De Prater, Anja Steekdrop, terug van weggeweest bankdirecteur Bentenvelde) alsmede jeugdig enthousiasme (De Prater, Karatekid, Janerik West-ingang en het meisje van de Buurtsuper) samenkwamen, moest toch menig potje (of beter in deze: tonnetje) gebroken kunnen worden, dacht Roodpakje.

Zoals gewoonlijk deed elke speler de voorbereiding op het nieuwe seizoen op zijn eigen(wijze) manier. Bentenvelde huppelde wat rond op een recreatiepark (hij verkneukelde zich al op eindelijk weer eens een seizoen met echte veren), de prater was in geen velden of wegen te bekennen (waar zat die toch met zijn hoofd??), Karatekid vertoefde in het hoge Noorden bij de vijand, Anja Steekdrop deed nog wel eens een trapje extra op de fiets van haar man Henk Zoetemelk, Janerik snoof met volle teugen uit zijn verfpotten en het meisje van de Buurtsuper ging voor haar rijbewijs zodat ook zij het team af en toe eens in de regio op een sight-seeing kon trakteren.

Het werd september 2002 en Roodpakje was nu toch wel een beetje nerveus. Met de billen samen geknepen van spanning en het almaar strakker zittende pakje trainde hij de aanwezigen. “Waren de afwezigen maar op de baan dan had het wellicht meer effect gehad” mompelde hij voor zich uit. Bentenvelde was fanatiek; hij was kampioen van de training en de recreanten, ving dan altijd de mooiste veren.

De Prater verscheen wanneer het hem uitkwam (altijd last van klapkuiten die hij bij een duister type met de naam Klaas KnijpindeVecht (neef van Klaas Vaak) in Dalfsen liet behandelen. Het waren de naweeën van de ingrepen van chirurgijn Grotejaap van een aantal jaren geleden. Anja Steekdrop en het meisje van de Buurtsuper trainden consequent. Janerik ook, maar voornamelijk op halve kracht.

De wedstrijden kwamen en het tonteam ging direct vreselijk onderuit. Er waren momenten dat zij door de veren de ton niet meer konden ontwaren, laat staan dat ze nog wat veren in hun netje hielden. Roodpakje was des duivels! Hij knapte bijna uit zijn vel en uit zijn pakje maar dat had zoals gezegd een andere reden. Hij hield een tirade waar de duigen van menige ton van rammelden. Uitspraken als “badminton is een gemeen spelletje” en “een veld heeft maar vier hoeken en geen vijf” schalden door de zaal  en drongen door tot ver in de kleedkamers. Het mocht niet baten: het ene 7-1 verlies volgde op het andere. Gekscherend werd het team in de plaatselijke sufferdjes al Ganzenstad 1-7 genoemd. Karatekid was de enige die haar koppie boven de ton kon uithouden. De rest ploeterde voort en probeerde een verklaring te vinden voor hun teleurstellende bad-optredens.

De eerste helft zat erop en Roodpakje’s trots van weleer bungelde punt- en uitzichtloos onderaan de ranglijst. Roodpakje stampvoette van woede, schreeuwde, krijste, schoor zelfs zijn snor af maar niets hielp. Of toch wel…..?
De tweede helft van de competitie begon en zowaar ging zijn team puntjes sprokkelen. De Prater had zijn vaste supportster steevast op de tribune en zat weer goed in zijn vel. Karatekid werd nog beter en ook samen wisten zij de mix te winnen. Dat was nog wel niet voldoende voor een overwinning maar het begin was er. De wedstrijd erna werd gelijk gespeeld maar dat eerste punt werd gevierd als een overwinning. De ban was gebroken en Roodpakje kon de billen weer enigszins ontspannen waardoor de naden van zijn broek nu wel angstaanjagend begonnen te kieren. Als De Prater hem daar schalks op aansprak (nu die weer eens won, kwam de bravoure ook weer terug), ging hij steevast in de aanval omdat De Prater toch ook wel behoorlijk van het goede leven genoot.

En zo gebeurde het dat het team op de beslissende wedstrijddag op de laatste plaats stond maar op slechts 1 punt van het team verenvangers uit Muntendam dat ook de tegenstander was van die dag. Dus het zestal had alles in eigen hand. Roodpakje, nerveus als hij was, kwam zelfs kijken naar de prestaties van zijn team. Degradatie zou voor hem ook gezichtsverlies betekenen. Hij zag de beelden al voor zich waarin hij tijdens een jaarlijkse bijeenkomst van alle regio-elitetrainers zou worden weggehoond. Het team had er zin in en was op volle oorlogssterkte met als tactisch invaller voorzitter Groenteveld. De spelers en Roodpakje rekenden echter niet op de slimheid van de Noorderlingen (logisch ook want slim en Noorderling gaat moeilijk samen). Met slechts 3 basisspelers en een van de straat geplukte campingverenvanger deed Muntendam een onverwachte tactische zet: de campingverenvanger was eerste heer zodat De Prater, die revanche wilde op de echte eerste heer na het knullige verlies in Muntendam, met twee vingers in de neus de tegenstander werkelijk bekogelde met veren. Uit pure nijd trok hij zelfs halverwege zijn hele trainingspak weer aan omdat hij het koud kreeg in de ton.

De verwarring die de tactische zet teweeg bracht, was enorm: “dit kan niet, dit mag niet, dit is gemeen”gilde Roodpakje. Hij belde met de Bad en Ton Bond maar die vertelden hem dat alles correct volgens de verenvang-regels was verlopen. Het arme team verloor en degradeerde. Huilend droop Roodpakje af, de spelers aan hun lot overlatend. Hoe moest dit verder??

Bankdirecteur Bentenvelde liet al doorschemeren dat hij het spel te zwaar vond en met plastic veren spelen niet leuk. Karatekid, ambitieus als ze was, had nu aan de echte veren geroken en wenste niet meer terug te vallen naar plastic. De Prater liet alles even voor wat het was. Hij ging op advies van zijn trouwste supporter het aanverwante stennis (net als veren vangen maar dan harde balen met een groter schepnet) beoefenen. De anderen namen genoegen met een plaats in de 1e klasse.

Enkele weken na de degradatie werd duidelijk dat de concurrerende club “De Musketiers”uit Grotestad op slinkse wijze Karatekid hadden ingelijfd. Het is nooit officieel geworden maar in de wandelgangen wordt gesproken van een flinke ton vol steekpenningen die nodig waren om haar te overtuigen. Toen De Prater dit ter ore kwam, is hij ook zijn licht gaan opsteken bij die club. Hij woonde tenslotte al in Grotestad. Men kon hem wel gebruiken alhoewel er voldoende heren waren. De ton met geld bleef voor hem dan ook achterwege maar De Prater, ambitieus als hij was, waagde toch te stap. En zo moest Roodpakje machteloos toezien hoe het verenvangteam dat eens zijn grote trots was , uiteenviel door hebzucht en persoonlijke ambities die het belang van het team te boven gingen. Maar Roodpakje zou Roodpakje niet zijn als hij al zijn moed weer bij elkaar sprokkelde en ging bouwen aan een nieuw verenvangteam. Anja Steekdrop en het meisje van de Buurtsuper krijgen versterking van Maaike Jongeling (jazeker, uit de jeugd) en Janerik ziet oude getrouwe voorzitter Groenteveld weer terugkeren aan zijn zijde. En wat nog mooier is: andere leden van de Ganzenstadse Bad en Tonclub hebben gezorgd voor nieuwe aanwas: Marcel de Vreter zette weer een jong gansje op de wereld en Han de Man vond het uit fiscaal oogpunt zelfs aantrekkelijker om er twee tegelijk te lanceren wat natuurlijk een flinke ganzenbijslag op zal leveren. En zo zie je maar weer dat elk nadeel ook zijn voordeel heeft zoals ’s werelds beste verenvanger ooit orakelde. Waarschijnlijk leeft de Ganzenstadse club nog lang en gelukkig. Wat er van Karatekid en De Prater terecht zal komen, tja, wie kan dat voorspellen. Roodpakje misschien???? Wie weet………

Roodpakje
(uit de MACHistraal uitgebracht juni 2003)

Roodpakje en het grote afscheid

Uitermate trots was Roodpakje nadat zijn tonteam in de competitie van 2001/2002 als eerste boven was komen drijven in het competitiebad der verenvangers. De Ganzenstad stond op zijn kop. Grote stukken in de kranten. Loftrompetten werden gestoken waar je je maar kon bedenken. De verenvangers traden weer toe tot de geledingen van de regio-elite: De Hoofdklasse. Het kon niet op, ze werden zelfs genomineerd voor sportploeg van het jaar (jazeker, De Prater had weer eens goed gelobbyd in de wandelgangen ondanks dat zijn PR inspanningen op een laag pitje stonden). Het volgend seizoen geen plastic veren maar die echte, geplukt van verse ganzen. De veren zouden echter prijzig zijn en niet lang meegaan maar ook dat probleem loste zich in de euforie van het kampioenschap op. De plaatselijke kartonvouwer Bertus Annink had nog wel wat rammelgeld in de buidel. Annink was eerder al door voorzitter Groenteveld overgehaald de noodlijdende club een helpend handje toe te steken. Annink was de rijkste man van Ganzenstad geworden met papiervouwen en toen daar de klad in kwam, was hij op tijd overgestapt op karton dat werkelijk oneindige toepassingsmogelijkheden bleek te bezitten, getuige ook de omslag van het periodiek “MACHistraal”. Annink zag wel wat in een extra financiële injectie temeer sociaal verantwoord ondernemen tegenwoordig een hot item is in de kringen van de notabelen. Hij zou daarmee nog meer aanzien kunnen verwerven.

Om de ganzenveren goed te kunnen vangen was wel veel meer techniek en uithoudingsvermogen nodig, maar ach, met een team waarin routine (De Prater, Anja Steekdrop, terug van weggeweest bankdirecteur Bentenvelde) alsmede jeugdig enthousiasme (De Prater, Karatekid, Janerik West-ingang en het meisje van de Buurtsuper) samenkwamen, moest toch menig potje (of beter in deze: tonnetje) gebroken kunnen worden, dacht Roodpakje.

Zoals gewoonlijk deed elke speler de voorbereiding op het nieuwe seizoen op zijn eigen(wijze) manier. Bentenvelde huppelde wat rond op een recreatiepark (hij verkneukelde zich al op eindelijk weer eens een seizoen met echte veren), de prater was in geen velden of wegen te bekennen (waar zat die toch met zijn hoofd??), Karatekid vertoefde in het hoge Noorden bij de vijand, Anja Steekdrop deed nog wel eens een trapje extra op de fiets van haar man Henk Zoetemelk, Janerik snoof met volle teugen uit zijn verfpotten en het meisje van de Buurtsuper ging voor haar rijbewijs zodat ook zij het team af en toe eens in de regio op een sight-seeing kon trakteren.

Het werd september 2002 en Roodpakje was nu toch wel een beetje nerveus. Met de billen samen geknepen van spanning en het almaar strakker zittende pakje trainde hij de aanwezigen. “Waren de afwezigen maar op de baan dan had het wellicht meer effect gehad” mompelde hij voor zich uit. Bentenvelde was fanatiek; hij was kampioen van de training en de recreanten, ving dan altijd de mooiste veren.

De Prater verscheen wanneer het hem uitkwam (altijd last van klapkuiten die hij bij een duister type met de naam Klaas KnijpindeVecht (neef van Klaas Vaak) in Dalfsen liet behandelen. Het waren de naweeën van de ingrepen van chirurgijn Grotejaap van een aantal jaren geleden. Anja Steekdrop en het meisje van de Buurtsuper trainden consequent. Janerik ook, maar voornamelijk op halve kracht.

De wedstrijden kwamen en het tonteam ging direct vreselijk onderuit. Er waren momenten dat zij door de veren de ton niet meer konden ontwaren, laat staan dat ze nog wat veren in hun netje hielden. Roodpakje was des duivels! Hij knapte bijna uit zijn vel en uit zijn pakje maar dat had zoals gezegd een andere reden. Hij hield een tirade waar de duigen van menige ton van rammelden. Uitspraken als “badminton is een gemeen spelletje” en “een veld heeft maar vier hoeken en geen vijf” schalden door de zaal en drongen door tot ver in de kleedkamers. Het mocht niet baten: het ene 7-1 verlies volgde op het andere. Gekscherend werd het team in de plaatselijke sufferdjes al Ganzenstad 1-7 genoemd. Karatekid was de enige die haar koppie boven de ton kon uithouden. De rest ploeterde voort en probeerde een verklaring te vinden voor hun teleurstellende bad-optredens.

De eerste helft zat erop en Roodpakje’s trots van weleer bungelde punt- en uitzichtloos onderaan de ranglijst. Roodpakje stampvoette van woede, schreeuwde, krijste, schoor zelfs zijn snor af maar niets hielp. Of toch wel…..?

De tweede helft van de competitie begon en zowaar ging zijn team puntjes sprokkelen. De Prater had zijn vaste supportster steevast op de tribune en zat weer goed in zijn vel. Karatekid werd nog beter en ook samen wisten zij de mix te winnen. Dat was nog wel niet voldoende voor een overwinning maar het begin was er. De wedstrijd erna werd gelijk gespeeld maar dat eerste punt werd gevierd als een overwinning. De ban was gebroken en Roodpakje kon de billen weer enigszins ontspannen waardoor de naden van zijn broek nu wel angstaanjagend begonnen te kieren. Als De Prater hem daar schalks op aansprak (nu die weer eens won, kwam de bravoure ook weer terug), ging hij steevast in de aanval omdat De Prater toch ook wel behoorlijk van het goede leven genoot.

En zo gebeurde het dat het team op de beslissende wedstrijddag op de laatste plaats stond maar op slechts 1 punt van het team verenvangers uit Muntendam dat ook de tegenstander was van die dag. Dus het zestal had alles in eigen hand. Roodpakje, nerveus als hij was, kwam zelfs kijken naar de prestaties van zijn team. Degradatie zou voor hem ook gezichtsverlies betekenen. Hij zag de beelden al voor zich waarin hij tijdens een jaarlijkse bijeenkomst van alle regio-elitetrainers zou worden weggehoond. Het team had er zin in en was op volle oorlogssterkte met als tactisch invaller voorzitter Groenteveld. De spelers en Roodpakje rekenden echter niet op de slimheid van de Noorderlingen (logisch ook want slim en Noorderling gaat moeilijk samen). Met slechts 3 basisspelers en een van de straat geplukte campingverenvanger deed Muntendam een onverwachte tactische zet: de campingverenvanger was eerste heer zodat De Prater, die revanche wilde op de echte eerste heer na het knullige verlies in Muntendam, met twee vingers in de neus de tegenstander werkelijk bekogelde met veren. Uit pure nijd trok hij zelfs halverwege zijn hele trainingspak weer aan omdat hij het koud kreeg in de ton.

De verwarring die de tactische zet teweeg bracht, was enorm: “dit kan niet, dit mag niet, dit is gemeen”gilde Roodpakje. Hij belde met de Bad en Ton Bond maar die vertelden hem dat alles correct volgens de verenvang-regels was verlopen. Het arme team verloor en degradeerde. Huilend droop Roodpakje af, de spelers aan hun lot overlatend. Hoe moest dit verder??

Bankdirecteur Bentenvelde liet al doorschemeren dat hij het spel te zwaar vond en met plastic veren spelen niet leuk. Karatekid, ambitieus als ze was, had nu aan de echte veren geroken en wenste niet meer terug te vallen naar plastic. De Prater liet alles even voor wat het was. Hij ging op advies van zijn trouwste supporter het aanverwante stennis (net als veren vangen maar dan harde balen met een groter schepnet) beoefenen. De anderen namen genoegen met een plaats in de 1e klasse.

Enkele weken na de degradatie werd duidelijk dat de concurrerende club “De Musketiers”uit Grotestad op slinkse wijze Karatekid hadden ingelijfd. Het is nooit officieel geworden maar in de wandelgangen wordt gesproken van een flinke ton vol steekpenningen die nodig waren om haar te overtuigen. Toen De Prater dit ter ore kwam, is hij ook zijn licht gaan opsteken bij die club. Hij woonde tenslotte al in Grotestad. Men kon hem wel gebruiken alhoewel er voldoende heren waren. De ton met geld bleef voor hem dan ook achterwege maar De Prater, ambitieus als hij was, waagde toch te stap. En zo moest Roodpakje machteloos toezien hoe het verenvangteam dat eens zijn grote trots was , uiteenviel door hebzucht en persoonlijke ambities die het belang van het team te boven gingen. Maar Roodpakje zou Roodpakje niet zijn als hij al zijn moed weer bij elkaar sprokkelde en ging bouwen aan een nieuw verenvangteam. Anja Steekdrop en het meisje van de Buurtsuper krijgen versterking van Maaike Jongeling (jazeker, uit de jeugd) en Janerik ziet oude getrouwe voorzitter Groenteveld weer terugkeren aan zijn zijde. En wat nog mooier is: andere leden van de Ganzenstadse Bad en Tonclub hebben gezorgd voor nieuwe aanwas: Marcel de Vreter zette weer een jong gansje op de wereld en Han de Man vond het uit fiscaal oogpunt zelfs aantrekkelijker om er twee tegelijk te lanceren wat natuurlijk een flinke ganzenbijslag op zal leveren. En zo zie je maar weer dat elk nadeel ook zijn voordeel heeft zoals ’s werelds beste verenvanger ooit orakelde. Waarschijnlijk leeft de Ganzenstadse club nog lang en gelukkig. Wat er van Karatekid en De Prater terecht zal komen, tja, wie kan dat voorspellen. Roodpakje misschien???? Wie weet………

Roodpakje

(uit de MACHistraal uitgebracht juni 2003)